
Voor het vuur II

Je bent verdrietig en je kan niet verwoorden waarom. De bladeren vallen en vallen en je kijkt. Er valt er een in je hand, je bekijkt het en laat het verder vallen. Het is goed zegt het. Ik val nu hier zo omdat het niet anders is. Zo is het goed. Ik heb geen zorg nodig. Het is ik die valt. Die is zoals ik is en geen zorgen nodig heeft. Op het perfecte moment, zoals het bedoeld is.
Dat was vorig jaar. Het blad is er niet meer en toch denk je er graag aan terug. Een herinnering als privéceremonie tegen het niets en het gemis. Je denkt aan het kind dat je aan zee plechtig een schelpje cadeau gaf. Jaren ging het in je pennenzak overal mee naartoe tot het helemaal gebroken is. Spijtig, maar toch goed. Zo moet het zijn, alles op zijn tijd, schelpjes in overvloed.
Niets is zo pijnlijk als ceremonieloos afscheid nemen.
Niets is zo pijnlijk als ceremonieloos afscheid nemen.
Er wordt harten door gebroken. Niet zoals schelpjes, maar herinneringen. Niet hebben kunnen zeggen hoe dankbaar je bent voor wat je allemaal kreeg. En nu, te laat, niet meer kunnen gehoord worden. Op het einde van het leven wordt zowat alles een act van loslaten.
Dat zo lang mogelijk te kunnen uitstellen.
Dat zo lang mogelijk uit te kunnen stellen.